Beleggen - 19 Beleggingsstrategieën

(Zie ook de site met een aantal oneliners en wijze lessen)
Hieronder een aantal beleggingsstrategieën, die, althans volgens de bedenkers en aanhangers, een betere performance bieden dan de indexen. Sommige strategieën lijken wel erg op elkaar. En van andere heb je het gevoel dat de bedenker het wiel opnieuw heeft uitgevonden.
De meeste teksten zijn samenvattingen van artikelen in tijdschriften (vooral het weekblad Beursplein 5 is een dankbare bron voor artikelen over strategieën), of afkomstig uit postings in de nl.beurs nieuwsgroep of uit boeken.


De "Buying the winners" Strategie

Het motto 'buying on strength, selling on weakness' wordt in de praktijk door veel technische analisten toegepast. Er is een uitermate eenvoudig systeem om de lange-termijn winnaars op de beurs te selecteren. Bekijk de fondsen op maandbasis en koop wanneer de Relatieve Sterkte Index boven de 80-lijn komt. Dit criterium zorgt ervoor dat we er zeker van zijn dat de trend sterk opwaarts is. De bedoeling van beleggen is namelijk om naast het behalen van koerswinsten, deze koerswinsten in een zo kort mogelijke tijd te realiseren. Op die manier blijft de portefeuillegroei altijd een stijgend momentum vertonen. Er vanuit gaande dat de trend een grotere kans heeft te worden voortgezet dan te worden afgebroken, kiezen we dus fondsen die al een tijd stijgen en geen fondsen die met een bodempatroon bezig zijn.

Naast het criterium van een opwaartse trend dient de relatieve-sterkte lijn boven zijn stijgende 10-maandgemiddelde te zitten. De relatieve sterkte meet de koersperformance van een fonds t.o.v. een andere grootheid, in dit geval de AEX-index. Zolang de relatieve sterkte zich boven haar eigen gemiddelde bevindt, presteert het fonds in kwestie dus trendmatig beter dan de index.

Het fonds wordt in portefeuille gehouden totdat de RSI onder de 70-lijn daalt of de relative sterkte dootr haar eigen gemiddelde zakt. Het exit-signaal wordt derhalve gegeven als de trend niet meer opwaarts is, dan wel als het fonds minder goed presteert dan de beursindex.

Wanneer deze eenvoudige systematiek wordt gevolgd, worden fondsen geselecteerd die dikwijls een systematische verandering doormaken, waardoor er over een lange termijn een significante verbetering van de winst plaatsvindt. Neem bijvoorbeeld de automatiseringfonds zoals Ordina, Simac, Getronics, en Baan. Uitgaande van dit systeem werden deze fondsen al in een vroeg stadium geselecteerd en blijft de belegger gedurende de gehele trend in het fonds. Dit leidt to rendementen die beduidend boven het gemiddelde liggen. Het voordeel van deze winners is dat zij natuurlijk veel sterker in koers stijgen dan de gemiddelde beursfondsen. Echter, ook in tijden van een dalende beurs gedragen deze fondsen zich anders dan de gemiddelde fondsen. De koersdaling is over het algemeen minder sterk, waardoor een portefeuille, bestaande uit winners, ook nog eens een goede bescherming blijkt tegen mindere beurstijden.

(Michael Ahrens, van het helaas ter ziele blad Beursplein 5, 97/36) naar boven

Koop Defensieve Groeiaandelen met een Lage Volatiliteit

"Valt er een pakketje samen te stellen waar je verder weinig omkijken naar hebt, dat een relatief rustig koersverloop kent, op termijn een meer dan gemiddelde koerswinst oplevert en niet te veel dividend uitkeert in verband met de fiscale consequenties? Er blijken zeven belangrijke Nederlandse fondsen te zijn die aan al deze criteria voldoen en die derhalve de naam 'defensieve groeiaandelen met een lage volatiliteit' mogen dragen: AEGON, Ahold, Elsevier, Heineken, Nutricia, Polygram, en Wolters Kluwer."

(Dr. J.G. Post - Beleggingsvisie 1996) naar boven

Koop de "Dogs of Dow"

De "Dogs of Dow" portefeuille is een portefeuille met aandelen geselecteerd volgens de principes uit het boek "Beating the Dow" van O'Higgins and Downes, geplubliceerd in de jaren 80. Deze strategie is ook wel bekend onder de naam "OHD" of "Beating the Dow".
De bewering is dat in de loop van tijd bepaalde aandelen een onderwaardering krijgen die niets te maken heeft met de 'performance' van het bedrijf. Als je maar geduldig bent dan zal de waarde van deze aandelen zich herstellen, ja zelfs de 'blue chips' overtreffen in performance. Voor de "Dogs of the Dow" worden derhalve de tien Amerikaanse aandelen met het hoogste dividendrendement (dat is: dividend/aandeelprijs) genomen.
Een voordeel van deze strategie is dat ze tamelijk eenvoudig is uit te voeren: aandelen worden gekocht op een bepaalde datum, en er wordt een jaar niet meer naar omgekeken. Vervolgens wordt elk jaar op een vaste dag de portefeuille herzien.
Gemiddeld rendement sinds 1973 is 17.7%/jaar.

De "Small dogs of the Dow" zijn de 5 laagst geprijsde aandelen uit de tien met het hoogste rendement. Gemiddeld rendement sinds '73 is 20.9%.
"Foolish Four" is vergelijkbaar met de "small dogs" maar men kiest alleen aandelen 1-4 of 2-5 uit de laagst geprijsde vijf. Gemiddeld rendement sinds 1973 is 21.96%.

(M.d.a. Hans Mulder) naar boven

De "Return Reversal" Strategie

Deze strategie toont overeenkomsten met de "Dogs of Dow" strategie:
De strategie is om op zoek te gaan naar achterblijvers. Dit zijn bedrijven waarvan de koers over een bepaalde periode minder snel zijn gestegen of sneller gedaald, dan die van andere bedrijven.
De Generale bank slaagde er in om met deze strategie over de periode 1988-1997 een rendement te behalen van 1200%, terwijl de AEX in dezelfde periode een stijging boekte van ongeveer 600%.

De strategie bestaat uit 5 stappen:
  1. Inventariseer (bijvoorbeeld eens per jaar) alle AEX-fondsen die meer dan 10% zijn achtergebleven ten opzichte van de AEX-index;
  2. Verwijder de fondsen met bijvoorbeeld een structureel slecht management, structureel lage verkoopcijfers en/of een slechte balansververhouding;
  3. Koop de overgebleven fondsen voor de periode van één jaar;
  4. Verkoop na dat jaar alle fondsen die een outperformance van meer dan 5% ten opzichte van de AEX-index hebben laten zien;
  5. Behoud de overige fondsen en herhaal de procedure om de portefeuille weer aan te vullen;
Natuurlijk is het mogelijk dat een aandeel dat is achtergebleven niet het jaar daarop direct een herstel zal laten zien. In veel gevallen zal de stijging in een later stadium dan echter alleen maar sterker zijn.

Belangrijk is verder dat je ten minste 5 fondsen in de portefeuille opneemt vanwege de nodige spreiding.

Er zijn varianten te bedenken: bijvoorbeeld meer dan eens per jaar de portefeuille herzien. Of fondsen opnemen die van alle fondsen het meest zijn achtergebleven zonder te kijken naar bijv management of balansverhouding.

De strategie loont overigens niet ieder jaar.

(bron: Beursplein 5, 98/12) naar boven

De "Buy Penny Stocks" Strategie

``Het kopen van penny stocks (fondsen met een zeer lage koers) kan voor lange termijn beleggers zeer lucratief zijn. Indien wordt gekeken naar het hoge koersniveau dat nu geldt, is het winstgevend het geduld op te brengen het koersverloop af te wachten. Het bewijst dat het veronderstelde risico niet aanwezig was toen de koersen laag waren.

Gezien het verschil van honderden procenten tussen de prijzen van toen en de koersen van heden, betaalt het zich nu in aandelen te beleggen die laag in prijs zijn. Vele beleggers kopen nu deze aandelen tegen hoge opgeschroefde koersen in de verwachting dat de koersen hun opgaande lijn zullen blijven volgen. Anderen gaan uit van de stelling: 'What goes up, must come down' en nemen nu afscheid van deze aandelen. Zijn dat de personen of organisaties die nu deze aandelen als groeiaandelen aanbevelen?

Het is voor mij een sport geworden naar die kleine aandelen te zoeken terwijl vele beleggers op aandelen jagen die overgewaardeerd zijn en trachten door veelvuldig traden kleine winsten te genereren. Dit werkt voor een tijdje in een stijgende markt totdat een correctie of crash de vluchtige winsten doen vervliegen. Op deze manierbeleggen betekent veelal ganzeborden

Men moet uit een andere invalshoek naar het nieuws kijken en de kranten met een slag om de arm lezen. Het zou zo kunnen zijn maar het kan ook anders zijn. Het goede nieuws is goed voor de bestaande aandeelhouders, maar kan het tegenovergestelde voor nieuwe beleggers betekenen. Door meer winst stijgen de koersen, maar een andere keer niet. De winst kan ontstaan door creatieve boekhouding die in een volgende periode weer wordt afgetrokken. Met als gevolg lagere koersen. Een chart geeft de juiste koopsignalen maar een andere keer weer niet.

Een aangekondigde fusie kan hogere koersen betekenen. De fusie kan wel of niet doorgaan. Gaat de fusie door dan blijkt soms dat de koersen daarna weer inzakken. Waarom? Het nieuws is meestal al in de koersen verdisconteerd. Alexander Elders gaat zo ver te zeggen dat beleggers niet de krant moeten lezen want zo worden zij op het verkeerde been gezet. Bij slecht nieuws keren de meeste beleggers zich af terwijl het juist de kunst is van het slechte nieuws en de daardoor onstane lage koersen gebruikt te maken om uiterst winstgevend te investeren.

De belegger kan zich tegen deze risico's beschermen door nooit meer dan 5 procent van het beschikbare kapitaal in een aandeel te steken. Sommige adviseurs zoals Elder geven aan niet meer dan 2 procent in een aandeel te steken.

Investeren in Penny Stocks en het geduld opbrengen tot de posities zijn uitgewerkt maakt het verschil tussen belegger en speculant. Ik kan u aanbevelen dezelfde strategie toe te passen.''

(Een in Amerika vaak gepropageerde strategie; door J.G. Straver uitgelegd in de Usenet nieuwsgroep nl.beurs - mei 1998) naar boven

De strategie van Warren Buffet

Warren Buffet is een van de rijkste mensen van de USA. Zijn vermogen heeft hij verdiend met beleggen. En toch was zijn methode van beleggen niet bepaald agressief. Hij belegt niet in termijnhandel, opties of andere derivaten. Het grootste deel van het vermogen van zijn huidige beleggingsfirma, Berkshire, wordt permanent vertegenwoordigd door slechts vier bedrijven: The Washington Post, Coca Cola, Geico (verzekeringen) en Capital Cities. In totaal heeft hij gemiddeld rond de negen fondsen in portefeuille.
De strategie van Buffet is om laag gewaardeerde aandelen op te sporen m.b.v. fundamentele analyse, en deze lang vast te houden. In de loop van de tijd zal de prijs van de aandelen altijd omhoog gaan richting intrinsieke waarde.
Verder neemt hij slechts enkele beleggingsbeslissingen per jaar; met meer veranderingen per jaar spek je vooral de banken en commissiehuizen.

(BP'5 aug'95) naar boven

'Investing for Growth' strategie

Deze strategie is ontwikkeld door Merrill Lynch.
Klanten met minimaal fl 250.000 zijn welkom om hun portefeuille te laten beheren door ML volgens deze strategie. Een portefeuille wordt opgebouwd, in samenspraak met ML, met tussen de 12 en 20 fondsen die voldoen aan een paar criteria.
Een van de belangrijkste criteria is dat een aandeel voor de beheerde portefeuilles als koopwaardig wordt bestempeld als de winstverwachting van een bedrijf twee maal binnen een periode van 6 maanden naar boven wordt bijgesteld.
''Een computerstudie van veranderingen van winstverwachtingen over een periode van tien jaar heeft aangegeven dat na twee verhogingen binnen 6 maanden de kans 75% is dat er meerdere aanpassingen zullen volgen.''
Binnen deze strategie wordt een aandeel meteen verkocht na de eerste neerwaartse bijstelling van de winstverwachting.
''Investing for Growth is een strategie die er naar streeft om de winsten te optimaliseren en de verliezen te minimaliseren.''

De Contraire Aanpak: "beleg in aandelen die afgeschreven zijn"

Het is een misvatting te denken dat goede ondernemingen, de z.g. glamouraandelen, ook een goede belegging zijn. Empirisch onderzoek levert steun op voor de theorie dat een belegger beter af is als hij fondsen met een lage koers/winst verhouding koopt en die verkoopt als de rit gemaakt is: ''beleg in aandelen die afgeschreven zijn''.
Beleggen in glamouraandelen kan weliswaar ook lucratief zijn; als je weet waar de massa naar toe wil. Maar gewoonlijk is dat heel moeilijk te bepalen. En is men te laat met kopen.
Voor de contraire aanpak moet men, in plaats van te kijken naar de k/w verhouding, kijken naar de verhouding marktwaarde van de onderneming gedeeld door de boekwaarde, of: koers van het aandeel gedeeld door de intrinsieke waarde (het eigen vermogen) per aandeel. Als de marktwaarde twee keer de boekwaarde is, moet een belegger gaan nadenken. Als de marktwaarde zo ongeveer de helft van de intrinsieke waarde is, lijkt zo'n aandeel heel attractief. En dat geldt vooral voor grote bedrijven die niet zo snel failliet gaan.
Wel heb je om deze aanpak toe te passen een portefeuille nodig van minstens fl. 200.000. Dat zou dan verdeeld moeten worden over zo'n 20 fondsen, want per fonds gaat de theorie niet op.
Niet alleen bij bepaling van aankoop, maar ook bij bepaling van het moment van verkoop van een aandeel dient men zich aan een strikt verkoopcriterium te houden. Bijvoorbeeld: ik verkoop als de marktwaarde zo en zoveel keer de boekwaarde van de onderneming bedraagt. Van groot belang is het dat de belegger zich aan dit criterium houdt en ze niet zomaar verandert. Bijvoorbeeld omdat het in een bull-market heel moeilijk is om niet 'mee te beleggen'. Men dient het hoofd koel te houden en zich voortdurend af te vragen: wat is de fundamentele waarde van de betreffende onderneming?

(Samenvatting van interview met prof W.F.M. de Bondt - Beursplein 5 - juni'94) naar boven

''Here's the way I started'' - Howard G. Lownes

First - Think about everything around you. Make a list. What brand light bulbs do you buy? What kind of car do you drive? Which soda do you drink? Who built your PC? What airline do you fly? Which gas station do you stop at? Etc... etc... etc...

Second - Do some research on the companies you identified in step one. Find out their 52 week high and low. Is their stock price going up or down? Why? Are they making or losing money? Has there been any good or bad news reported about them lately? Are their stores always busy or is it just you and the employees? Is their product always sold out or does it look like its been sitting on that shelf since Nixon was in office? Drop any that look bad from the list.

Third - Of the remaining stocks on the list, pick the three you feel will do the best. Do more research on them. Watch their stock prices for a while. Narrow it down to the one stock, then buy that stock.

Finally - Don't panic!! I swear every stock I own dropped as soon as I bought it. A day or two later its back up. If I had panicked and sold I would have lost money. Some time it can really be a Rolaids day on Wall Street. Just sit tight. Go for a walk. You might just get your next stock pick while your out.

(Howard G. Lownes - In de Usenet nieuwsgroep 'misc.invest.stocks', juli '98) naar boven

''Op termijn levert portefeuille van waardeaandelen zo'n 8 à 9% meer op''

R.Doeswijk van IRIS, researchgroep van Robeco, heeft onderzocht wat op termijn meer oplevert: waardeaandelen met lage k/w verhoudingen en andere ratio's ten opzichte van hun fundamentals, of echte groei-aandelen met juist hoge k/w verhoudingen. Zijn conclusie is dat het lonend is zich te concentreren op portefeuilles van waardeaandelen. Dit zijn vaak aandelen van bedrijven die de afgelopen jaren matig gepresteerd hebben en eveneens lage groeiverwachtingen voor de toekomst hebben. De gedachte hierachter is gebruik te maken van de opvatting van beleggers prestaties uit het verleden te extrapoleren. Met andere woorden: wat slecht was zal voorlopig wel slecht blijven. En omgekeerd.
Doeswijk: ''de vuistregel is dat beleggers en analisten, net als 'gewone' mensen, vooral oog hebben voor wat zij beleven en om zich heen zien. Zij onderschatten nieuwe gebeurtenissen.''

Doeswijk heeft over de periode 1973 - 1995 hogere opbrengsten (gem. zo'n 8 tot 9% per jaar) kunnen berekenen voor portefeuilles van waardeaandelen dan voor glamouraandelen. Een portefeuille moet wel zo'n 20 tot 30 fondsen bevatten, anders gaat het niet op.
Het effect is sterker als over een lange periode wordt gekeken; voor bijv een periode van een jaar gaat het niet op. Bovendien blijkt dat waardeaandelen het vooral in opgaande markten beter deden dan glamouraandelen. In dalende markten was sprake van gelijke performances.

Wat heeft een particuliere belegger aan deze uitkomst? Die kan immers moeilijk 20 tot 30 waardeaandelen aanschaffen en ze 3 jaar vasthouden. Een particulier doet er volgens Doeswijk beter aan zijn geld in een goed bedrijf te stoppen dat het wat minder doet dan in een bedrijf dat spectaculaire resultaten laat zien. Maar hoe korter de beleggingshorizon, hoe minder aantrekkelijk het is contrair te gaan. Op korte termijn is het beter om op een rijdende trein te springen en de laatste rit mee naar boven mee te maken. Dan is de vraag natuurlijk hoe je erachter komt of de top nog niet is bereikt? Doeswijk adviseert aandelen te kopen waarvan het koersverloop goed is en na te gaan hoe analisten zo'n aandeel beoordelen. 'Als die hun verwachting naar boven bijstellen zijn die fondsen voor de kortere termijn waarschijnlijk een betere belegging. Zoals het in het jargon heet: trending werkt wel op korte termijn.'

(Beursplein 5, 98/5) naar boven

''Hoog kopen, hoger verkopen''

Hoe meer risico een belegger loopt, hoe meer hij beloond wordt. Deze beleggingsregel nuanceert P. Rutten van Van Lanschot Bankiers in de studie 'Hoogste tijd voor topkwaliteit'. Het blijkt dat bij beleggen in aandelen voorkeur voor kwaliteit en dus voor minder risico wel degelijk een hoog rendement kan opleveren.
Rutten schrijft dat de Sharpe-maatstaf een nuttige leidraad is om portefeuilles samen te stellen. Deze maatstaf ontstaat door de gemiddelde 'beloning voor risico' ofwel het extra rendement ( het gemiddelde rendement minus de risicovrije rente) van een aandeel te delen door het risico (de gemiddelde koersafwijking van een aandeel ten opzichte van zijn eigen historsche gemiddelde, minimaal vier jaar). In het algemeen genomen is een maatstaf van meer dan 1 gunstig te noemen. Een belegger doet er goed aan zich te concentreren op fondsen met de hoogste Sharpe-maatstaf over de laatste 4 jaar. Vaak zijn deze kwaliteitsfondsen echter al fors opgelopen in prijs en niet meer goedkoop te noemen. Door ze alsnog aan te schaffen ontstaat een strategie van 'hoog kopen, hoger verkopen'. Dit is een duidelijke nuancering van de beleggingsregel uit de praktijk 'laag kopen, hoog verkopen'. De strategie staat dan ook haaks op 'contrair beleggen' of 'value-beleggen'. Maar vele onderzoeken bewijzen dat 'hoog kopen, hoger verkopen' óók een goed beleggingsstrategie is.
Uit het onderzoek blijkt dat in totaal 25 aandelen het in de periode 1994-1997 beter hebben gedaan dan de CBS herbeleggingsindex. Dat waren tien AEX-fondsen (Numico, Aegon, Ahold, VNU, Oce, Philips, Hagemeyer, Fortis, ING, ABN-AMRO) tien midkap-fondsen en vijf aandelen uit de categorie 'overige aandelen' te weten Unique, Heymans, Aalberts, Twentsche Kabel, en Draka. ( De AEXfondsen met een Sharpe-value van meer dan 1 in die periode waren: Polygram, Aegon, Heineken, Ahold, Hagemeyer, Numico, VNU, Elsevier, Philips, DSM, KonOlie, ING, WoltersKluwer, Fortis, Oce en ABN-AMRO. )

(Beursplein 5, 98/28) naar boven

''Hoe vreemder je gaat, hoe beter''

'Je moet jezelf permitteren om te rotzooien.' Wie volgens de theorie van Harry Premselaar belegt, leeft van vreemd vermogen en stopt zijn eigen vermogen voor de volle 100% in aandelen. De omvang van beide vermogens houdt hij op gelijk peil. 'Hoe vreemder je gaat, hoe beter. Wie maar een beetje meedoet is niet consequent.' Op deze manier gaat de belegger net zo te werk als beursgenoteerde ondernemingen zelf. In feite imiteer je dus een aandeel.' aldus Premselaar.
Welke aandelen je selecteert, maakt volgens Premselaar niet zoveel uit. 'Alles deinst immers heen en weer.'
Het is slim via opties zowel van koersstijgingen als -dalingen te profiteren. En ook technische analyse kan haar diensten bewijzen. Maar uiteindelijk is het samenstellen van een aandelenportefeuille een vrij willekeurige zaak, oordeelt Premselaar. Daarom ziet hij ook geen heil in beleggingsfondsen. 'Dat zijn emotionele bolwerkjes. Beheerders weten ook niet precies wat ze aan het doen zijn. De deskundigheid is minimaal.'
Tenzij er een grote uitgave aan zit te komen, is het het beste de portefeuille ongemoeid te laten. 'Vaak is nietsdoen de beste handelswijze. Je moet ruimte geven aan het groeiproces.'
Met zijn theorie heeft Premselaar het vanaf 1 januari 1998 zes keer beter gedaan dan de AEX-index (tot oktober 1998; BdR). Maar met het voorspellen van de koersen houdt hij zich niet bezig. 'Allemaal voordegekhouderij'.

(BP5 Magazine - oktober 1998) naar boven

Top8 Beleggingsstrategie

John van der Lugt beschreef (december 1998) de volgende strategie plus resultaat in de Usenet nieuwsgroep ''nl.beurs'':

'' Op basis van een nieuwsbrief van de "Technical Trader" het volgende:

Er wordt in de beleggingswereld nogal eens gesproken over Outperformers en Underperformers. Hierbij wil ik het volgende stellen :
  • Outperformers: Maak voor 1999 een portefeuille van 8 aandelen uit de AEX/AMX die het over 1998 de beste 1-jaars-performance hebben. Behoud deze aandelen gedurende het hele jaar.
  • Underperformers: Maak voor 1999 een portefeuille van 8 aandelen uit de AEX/AMX die het over 1998 de slechtste 1-jaars-performance hebben. Behoud deze aandelen gedurende het hele jaar. Beide strategieen worden door diverse mensen en instanties toegepast.

Rekening houdend met het feit dat we de basis van het systeem (het bezitten van de beste 8 aandelen) niet los willen laten, is er gekeken hoe het systeem aangepast kan worden zodat je minder het idee hebt dat je kansen laat liggen of aandelen te lang in portefeuille zou hebben zodat er kansen gemist worden. Resultaat: kijk elke maand naar de 8 fondsen die de beste 1-jaars-performance hebben en switch op die basis binnen de aandelenportefeuille.

Deze beleggingsstrategie heb ik eens 'getest' vanaf 1/11/98 t/m 11/12/98 en ben hierbij tot de volgende resultaten gekomen:
		1.  Rendement OUTPERFORMERS    : + 6,13 %
		2.  Rendement UNDERPERFORMERS  : +12,57 %
		3.  Rendement "TOP8 STRATEGIE" : +35,06 %
		4.  Rendement AEX              : +19,60 %
	
(let wel: cijfers per 11-12-98 ! )

Er valt natuurlijk meteen op dat bij methode 1 en 2 de performance lager ligt dan de performance van de AEX index en dat methode 3 een aanzienlijk hoger rendement geeft dan de AEX index.

Deze TOP8 BELEGGINGSSTRATEGIE heb ik geoptimaliseerd door de verkoopbeslissing mede te laten afhangen van enkele technische indicatoren. Dit heb ik gedaan omdat het rendement nog beter had geweest als sommige fondsen o.b.v. technische analyse iets eerder de portefeuille hadden verlaten.

naar boven

Vermijd procyclisch beleggen

Particuliere beleggers worden nogal eens beticht van een procyclische houding: kopen in een sterk opgaande beurs en verkopen in een sterk dalende beurs. Dit wordt in de hand gewerkt door het beleggersklimaat. Bij een stijgende beurs zijn de prognoses van de analisten optimistisch en bij een dalende beurs pessimistisch. Op lange termijn is een dergelijke koophouding echter niet goed voor het rendement.

Voor kopen en vasthouden is een goede zelfbeheersing noodzakelijk. Iedere belegger krijgt natuurlijk zin om te kopen als de beurs tot grote hoogten stijgt. De bij deze beursfase behorende kretologie is: "op de rijdende trein springen", "de boot niet missen" en "beter laat dan nooit". Vooral beginnende beleggers vertonen deze neiging. Kopen en vasthouden vergt soms ook stalen zenuwen.

Een uitstekende manier om het onvoordelijge procyclische beleggen te vermijden is het periodiek inleggen van een vast bedrag. U legt bijvoorbeeld fl. 5000 in aan het eind van ieder kwartaal, onafhankelijk van de stand van de buers op dat moment. U zult de ene keer op een hoog punt van de beurs kopen en de andere keer op een laag punt. Gemiddeld zult u echter niet teveel voor uw aandelen betalen. U streeft dan bewust geen timing-voordelen na. Stilzitten is dus het motto: u laat uw aandelen in de 'koperen trommel' zitten.

(Fiscalert Magazine- februari 1999) naar boven

De overbodigheid van beleggingsfondsen

''Beleggingsfondsen doen weinig wat een slimme particuliere belegger niet ook zelf kan. Dat is de eindconclusie van het proefschrift van Jenke ter Horst, universitair docent in Tilburg. Mensen vertrouwen hun geld toe aan beleggingsfondsen omdat ze geloven dat de beheerders een grote kennis van de markt hebben en dat die expertise zich vertaalt in hoge rendementen. Ter Horst zet een groot vraagteken achter dit geloof.

In de literatuur is hij drie beleggingstechnieken tegengekomen die helpen bij het verslaan van de index. In de eerste plaatst vertonen kleinere fondsen gemiddeld meer groei dan grotere fondsen. Dat heet het size-effect.
Verder is bekend dat hoe dichter de marktwaarde van een bedrijf bij de boekwaarde, hoe groter de kans is dat het aandeel de index verslaat. Hoe hoger de book-to-market ratio, hoe meer groeipotentieel.
Het derde verschijnsel heet het momentum-effect. Het komt erop neer dat een aandeel dat in het ene jaar de index heeft overtroffen, dat opvallend vaak in het volgende jaar ook doet.
Een particuliere belegger die rekening houdt met deze drie verschijnselen hoeft volgens Ter Horst in termen van rendement niet al te veel extra te verwachten van beleggingsfondsen. Zo'n particulier moet af en toe bijsturen voor veranderingen in de wegingen van de index of omdat een momentum-effect is uitgewoed.''

(Uit: FEM/DeWeek #21 1998) naar boven

Selecteer fondsen op basis van hun PEG-ratio

Bij het beoordelen welke aandelen te kopen wordt vaak gekeken naar de koers/winst verhouding van een aandeel; een hoge k/w duidt op een duur aandeel. Maar als de verwachting is dat de groei van een bedrijf hoog is, is die hoge k/w niet zo veelzeggend.
De PEG ratio, de z.g. price-earnings-grow ratio, probeert ook die hoge groei in te calculeren. Deze ratio wordt berekend door de koers/winst verhouding te delen door het groeipercentage van de verwachte winst. Is dit groeipercentage hoog dan zal de PEG ratio laag uitvallen. Oftewel, hoe lager de PEG-ratio, hoe dichter bij 0, hoe aantrekkelijker het aandeel geprijsd is. is.
Wel zij men gewaarschuwd om niet blindelings alle aandelen op deze wijze met elkaar te vergelijken. Zo is de PEG ratio van een defensief fonds, een bedrijf dat historisch gezien geen grote groeipercentages te zien geeft, niet te vergelijken met de PEG ratio van een groeiaandeel uit de IT sector. Beide bedrijven kunnen een gelijke PEG hebben, maar dat wil niet zeggen dat ze allebei even aantrekkelijk zijn.
Feitelijk zijn vergelijkingen van PEG-ratio's alleen zinvol binnen een sector, en tussen zogenaamde groeiaandelen.
Daarnaast levert de rekensom die tot de PEG-ratio leidt niet altijd een zinvolle ratio op. Komt bijv een bedrijf uit een verliessituatie in het verleden naar een kleine winstpositie dan zou dit leiden tot een zeer hoge winstgroei, en dus tot een zeer lage PEG ratio. Maar het is duidelijk dat de conclusie dat het dan om een koopje gaat niet juist is!
Al met al is de PEG-ratio een beoordelingsgetal dat, indien gebruikt op de juiste wijze, een aardige indicatie kan geven of een bedrijf al of niet duur geprijsd is.

(Bron: 'Beursplein 5', 2 oktober 1999, Mike Ackermans) naar boven

Zes regels voor het nieuwe beleggen

Beleggen in hightech vereist een bekering tot andere normen voor aandelenselectie. Michael Mauboussin, werkzaam bij CreditSuisse First Boston Bank, geeft enige lessen voor de beginnende belegger in hightech.

  1. 'Volg de kasstroom'
    Traditioneel bestaat een bedrijf uit arbeiders en kapitaal. In het internettijdperk bestaat een bedrijf uit arbeiders en ideeën. Hoewel de startfase van een dienstverlener of softwaremaker behoorlijk kapitaalintensief kan zijn, dalen de kosten scherp naarmate de omzet stijgt. Verder hebben veel cyberondernemers de gewoonte om de investeringen meteen ten laste van de resultaten te boeken. Wat in kas overblijft is pure winst.
  2. 'Investeer in investeerders'.
    De meeste beleggers die naar kasstromen kijken, concentreren zich teveel op de kasverdiensten. Kasuitgaven zijn echter minstens zo cruciaal, omdat hier de sleutel naar marktmacht ligt. Het opbouwen van een netwerk van diensten en elektronische handel op het internet gaat niet geleidelijk, maar ineens.
    Kies daarom voor bedrijven die al hun kaarten zetten op het WWW, negeer de ondernemingen die internet stukje bij beetje toevoegen aan hun klassieke operaties. Onthoud hoe de boekverkoper Barnes&Noble met een halfslachtig elektronisch probeersel de strijd verloor van Amazon.com. Warenhuizen die denken dat hun merknaam beschermt tegen klantenverlies, vergissen zich.
  3. 'Draai naar omzet'
    Lage winstmarges zijn in de dot.commercie geen bezwaar. Het draait om het rendement op geinvesteerd vermogen. Op de smalle kapitaalbasis van internetondernemingen genereren hoge omzetten flinke verdiensten. Voor AOL is een snelle gulden meer waard dan een langzame knaap, want omzetgroei garandeert een spurt naar schaalgrootte.
  4. 'Beleg in netwerkeffecten'
    Niet de eerste die met een goed idee komt, maar de eerste die een nieuwe markt domineert, plukt de vrchten. Zie Microsoft die met een inferieur besturingssysteem Apple vermorzelde. Yahoo's zoekprogramma is vergelijkbaar met dat van Lycos, maar de beurswaarde van Yahoo is 15 keer zo hoog vanwege het aantal abonnees.
  5. 'Koop de weggevers'
    Bedrijven die hun produkten tegen scherpe korting verkopen, of zelfs voor niets weggeven, snappen het spel van de nieuwe economie: zij proberen een netwerk van gebruikers te creeren en zodoende de feitelijke standaard te worden.
  6. 'Voel de kracht van het verhaal'
    In een wereld van intellectueel kapitaal hebben alleen ideeen waarde. Een idee krijgt slechts waarde als veel mensen het accepteren. Zodra het idee zich bewezen heeft, is het moment van beleggen echter gepasseerd: het aandeel heeft zijn grootste koerswinst achter de rug. Slimme investeerders moeten eerder toeslaan, als het succesverhaal alleen nog wordt verkondigd.
    Dat blijft dus ouderwets gokken.
(Samenvatting van een artikel in: Het Financieele Dagblad, 2 februari 2000, B de Haas) naar boven

Hoe meer beweging, hoe beter, hoe meer winst

Ook Bert van Arkel, van van Arkel Investment Coaching, propageert dat men een aan- en verkoop systeem moet hanteren dat volledig gebaseerd is op interpretatie van grafieken, en niet moet handelen op gevoel. 'Wanneer u zich baseert op interpretatie van grafieken van variabelen als de RSI en MACD, en hier nauwgezet naar handelt kan er weinig misgaan.'
Er zijn verschillende methoden die men hierbij kan toepassen. Eén techniek is om twee opeenvolgende stijgende grafiektoppen en twee opeenvolgende stijgende bodems te vinden in de grafiek. Wanneer u dit ziet moet u meteen daarna kopen. Een andere simpele methode is bijvoorbeeld wanneer de koers van een volatiel aandeel als Philips of UPC boven een 18-daags voortschrijdend gemiddelde (i.e. gemiddelde van de laatste 18 dagen) komt, meteen te kopen, en te verkopen wanneer de koers onder het gemiddelde komt.
Met deze simpele TA technieken verslaat men gemakkelijk de AEX-index. Het is, volgens van Arkel, zelf mogelijk met deze methode om in een slapend fonds als Hoogovens, dat over een periode van 10 jaar in koers niet is vooruitgekomen, toch een rendement te maken van bijna 33% per jaar.

(Samenvatting van een artikel in: Beursplein 5, april 2000) naar boven

Miljonair door geduld

Corné van Zeijl, hoofd Beleggingen bij Zurich, legt op een van de betere financiele sites, de IEX site, uit hoe verbluffend simpel dat kan:
' ' Ik moet u bekennen dat ik geen miljonair ben. En dat vind ik erg jammer. Maar bij mijn kinderen zal dat anders zijn. Dat lijkt erg opportunistisch, maar dat is het niet.
Het is zelfs erg simpel.
Een klein voorbeeld: stel mijn ouders verdienen het gemiddelde Nederlandse inkomen. Dat is nu 70.000 gulden bruto per jaar. Daar houdt een gemiddelde Nederlander 42.000 gulden van over. Bij mijn geboorte besloten ze om ieder jaar 5% in een gemiddeld Nederlands aandelenfonds te stoppen. Heel eenvoudig.
De eerste storting ter gelegenheid van mijn geboorte begin 1965 bedraagt slechts 540 gulden. Ieder volgend jaar op oudejaarsdag wordt opnieuw een storting gedaan te grootte van 5% van het netto-inkomen.
De eerste jaren zijn dramatisch. De Nederlandse aandelenindex staat na 10 jaar inclusief dividend nog steeds op hetzelfde niveau. Mijn ouders vragen zich af of het wel een verstandig idee was. Maar ze houden de lange termijn in de gaten en gaan stug door.
Nog eens 10 jaar later ben ik aan het studeren en de verleiding is groot om na een aantal goede beursjaren te cashen. Het kapitaal is tenslotte al opgelopen tot 58.000 gulden en de studie is duur genoeg. Wederom laten ze zich niet verleiden en gaan ze stug door.
Ik ben nu 35 jaar en mijn ouders storten nog steeds ieder jaar 5% van hun netto-inkomen in het beleggingsfonds. Dat is een bescheiden 2100 gulden per jaar. Over de hele looptijd hadden ze nog geen 44.000 gulden gestort. En weet u wat de waarde van mijn beleggingen in dat simpele beleggingsfonds is? Inderdaad 1 mln gulden. Zo ziet u dat iedereen die zich aan deze regel had gehouden, simpelweg miljonair was geweest. Als u een meer dan gemiddelde inkomen verdient, dan zullen uw kinderen het miljonairschap zelfs sneller bereiken. U kunt dit natuurlijk ook voor uzelf doen. Deze vorm van beleggen is de meeste saaie vorm die u zich kunt bedenken. Slechts eenmaal per jaar koopt u aan. U probeert niet te timen en u blijft doorgaan met kopen, wat er ook gebeurt. U koopt in goede tijden en u koopt in slechte tijden. Er zullen ontwikkelingen komen die geen mens van tevoren voor mogelijk had gehouden. Als u de lange termijn in de gaten blijft houden, kunt u de dips gewoon uitzitten. U moet uw emoties dus in bedwang houden.
U ziet het: beleggen is niet moeilijk, nu nog doen. ''

(Bron: www.iex.nl, maart 2001) naar boven